Executieve functies 9 min leestijd

Executieve functies per leeftijd: wat mag je van je kind verwachten?

Een kind van tien dat zijn gymtas vergeet, is een kind van tien. Een kind van vijftien dat een toetsweek pas de avond ervoor ziet aankomen, is ook nog gewoon vijftien. Toch vragen ouders zich bij allebei af of dit normaal is. Dit artikel zet per leeftijd op een rij wat de meeste kinderen zelf kunnen, wat nog niet, en waaraan je ziet dat je kind achterloopt.

Waarom leeftijd zo veel uitmaakt

Executieve functies zijn de regelfuncties van de hersenen: beginnen aan iets, onthouden wat je aan het doen bent, je impuls inhouden, plannen en volhouden. Ze zitten grotendeels in de voorste hersenschors, en dat is het deel dat als laatste klaar is. Niet rond het twaalfde jaar, niet bij het eindexamen, maar ergens rond het vijfentwintigste.

Dat betekent dat een kind op elke leeftijd iets anders wel en niet kan. Een kind van zeven kan een opdracht van twee stappen onthouden, maar geen drie. Een kind van twaalf kan een dag vooruit kijken, maar geen week. Een kind van zestien kan een toetsweek plannen, maar loopt vast zodra er ook nog een bijbaan en een profielwerkstuk bij komen.

Het lastige is dat de school daar niet altijd op wacht. De brugklas vraagt een agenda bijhouden, twaalf vakken uit elkaar houden en zelf huiswerk plannen, en dat vraagt ze van een brein dat daar bij de meeste kinderen nog niet aan toe is. Wat je dan thuis ziet, is geen onwil. Het is een vaardigheid die de school al veronderstelt terwijl ze nog in aanbouw is.

Wat de meeste kinderen per leeftijd kunnen

Hieronder staat per leeftijd wat de meeste kinderen zelfstandig kunnen en wat meestal nog hulp vraagt. Het zijn richtlijnen, geen normen. Tussen kinderen van dezelfde leeftijd zit gerust twee tot drie jaar verschil, en dat is gewoon.

4 tot 6 jaar (groep 1 en 2)

Lukt meestal: op de beurt wachten in een kringgesprek, een korte opdracht uitvoeren als die net gegeven is, de jas aan de kapstok hangen als daar elke dag hetzelfde moment voor is.

Vraagt nog hulp: zelf bedenken wat er moet gebeuren, een activiteit stoppen als die leuk is, verdriet of boosheid zonder volwassene laten zakken.

6 tot 8 jaar (groep 3 tot 5)

Lukt meestal: een opdracht van twee stappen onthouden, tien tot vijftien minuten aan een taak werken, spullen opruimen na één herinnering, een klein taakje thuis doen als het vast in het ritme zit.

Vraagt nog hulp: zelf starten zonder aanwijzing, inschatten hoelang iets duurt, doorgaan als het saai wordt, iets meenemen naar school dat niet in de vaste tas zit.

9 tot 12 jaar (groep 6 tot 8)

Lukt meestal: huiswerk voor morgen zelf maken als het opgeschreven staat, een boekverslag in delen knippen als iemand dat één keer heeft voorgedaan, een tas inpakken voor de volgende dag, twintig tot dertig minuten geconcentreerd werken.

Vraagt nog hulp: een week overzien, een taak beginnen die pas over tien dagen af hoeft, zelf merken dat een aanpak niet werkt en die dan bijstellen.

12 tot 14 jaar (brugklas en klas 2)

Lukt meestal: een agenda bijhouden als die elke dag op hetzelfde moment wordt nagekeken, een toets over twee of drie avonden verdelen, spullen van verschillende vakken uit elkaar houden, beginnen zonder dat er iemand naast zit.

Vraagt nog hulp: meerdere toetsen in één week tegen elkaar afwegen, een tegenvallend cijfer omzetten in een andere aanpak, de telefoon wegleggen zonder afspraak, iets vervelends volhouden zonder dat er iemand op let.

15 tot 16 jaar (klas 3 en 4)

Lukt meestal: een toetsweek plannen, kiezen welk vak voorgaat, een verslag van meerdere weken in stappen opdelen, zelf om hulp vragen als iets niet lukt.

Vraagt nog hulp: doorwerken aan iets dat pas over maanden af moet, zoals een profielwerkstuk, school en bijbaan en sport tegelijk overzien, een plan loslaten dat niet werkt in plaats van er harder aan trekken.

17 jaar en ouder (bovenbouw, mbo, hbo)

Lukt meestal: een eigen studieritme houden, deadlines van meerdere vakken naast elkaar zien, op tijd bijsturen als een week uit de hand loopt.

Vraagt nog hulp: een dag zonder rooster zelf vullen. Dat is precies wat een studie vraagt, en het is de reden dat de overstap naar mbo of hbo voor veel jongeren de zwaarste stap is.

Waaraan je ziet dat je kind achterloopt

Eén vergeten gymtas zegt niets. Een kind loopt achter als het patroon op meerdere plekken tegelijk zichtbaar is: op school, thuis en bij dingen die het zelf leuk vindt. Een kind van dertien dat zijn voetbaltas net zo vaak vergeet als zijn wiskundeboek, heeft een probleem met organisatie. Een kind dat alleen het wiskundeboek vergeet, heeft iets anders aan de hand, en dat is meestal beter bespreekbaar.

Een tweede aanwijzing is de afstand tot leeftijdgenoten. Loopt je kind ongeveer twee jaar achter op wat hierboven staat, dan valt dat nog binnen de gewone spreiding. Wordt het meer, of blijft de afstand jaar na jaar even groot, dan is het verstandig om er iets mee te doen.

De derde aanwijzing is de belangrijkste: heeft je kind er zelf last van? Een kind dat elke avond gespannen is over wat het vergeten is, dat zegt dat het dom is omdat het weer niet is begonnen, of dat schoolwerk uit de weg gaat omdat het toch niet lukt, laat zien dat het probleem groter is dan de gymtas.

Wat je thuis doet als de school iets vraagt dat nog niet lukt

De vuistregel is dat je de functie tijdelijk uitleent en daarna stap voor stap teruggeeft. Kan je kind van twaalf nog geen week overzien, dan doe jij dat een tijdje samen aan tafel op zondag. Niet door het voor te kauwen, maar door de vragen te stellen die je kind later zelf gaat stellen: wat moet er deze week af, wat is het grootst, en wanneer begin je daaraan?

Daarna laat je los in stappen. Eerst plan je samen. Dan plant je kind zelf en kijk jij op zondag mee. Daarna plant het zelf en vraag je alleen nog op woensdag of het loopt. Die volgorde is het hele idee: je bouwt de steun af in het tempo waarin de vaardigheid groeit.

Bij Sanne, tweede klas vwo, is het in november misgegaan. Ze had drie toetsen in één week en had ze pas op de maandag zelf alle drie gezien. Haar moeder heeft daarna zes weken lang op zondagmiddag een kwartier met haar de week doorgenomen, met alleen de vraag wat het grootst was en wanneer ze zou beginnen. Na de kerstvakantie deed Sanne het zelf en vroeg haar moeder alleen nog op woensdag hoe het stond. In maart was ook die vraag niet meer nodig.

Wat per leeftijd meestal het meest oplevert:

  • Basisschool: vaste plekken en vaste momenten. De tas staat elke avond op dezelfde plek, huiswerk gebeurt op dezelfde tijd. Het ritme doet het werk dat het brein nog niet kan.
  • Brugklas en klas 2: één vast weekmoment om samen de agenda door te nemen, en een taak altijd opdelen tot de eerste stap concreet is.
  • Klas 3 en hoger: minder controle, meer vragen. Niet of het huiswerk af is, maar hoe je kind het heeft aangepakt en of dat werkte.

Wat je beter niet doet

Niet vergelijken met een broer of zus die het op die leeftijd wel kon. De spreiding is groot en zegt niets over inzet. Niet elke avond vier keer langslopen, want dan word jij de reden dat het niet lukt. En niet wachten tot het vanzelf overgaat. De functies rijpen wel, maar een kind dat drie jaar lang het gevoel heeft dat het faalt, neemt dat gevoel mee, ook als de vaardigheid er uiteindelijk wel komt.

Bij ADHD geldt alles hierboven in het kwadraat. De achterstand op leeftijdgenoten is dan vaak groter dan twee jaar en zit vooral in het remmen, het onthouden en het beginnen. Het patroon is hetzelfde en de aanpak ook. Je hoeft dus niet te wachten op een diagnose om ermee te beginnen.

Waar staat jouw kind ten opzichte van zijn leeftijd?

De gratis EF-check loopt de elf executieve functies langs en laat in vijf minuten zien waar de zwakke schakel zit. Geen diagnose, wel een startpunt voor het gesprek thuis en op school.

Veelgestelde vragen

Op welke leeftijd zijn executieve functies volgroeid?

Rond het vijfentwintigste jaar. De voorste hersenschors, waar het plannen en remmen zit, is als laatste klaar. Een puber van veertien die een toetsweek niet overziet, doet dus niets geks. De school vraagt het wel, en daar zit het probleem.

Hoeveel verschil tussen kinderen van dezelfde leeftijd is normaal?

Twee tot drie jaar. In een brugklas zitten kinderen die een week kunnen overzien naast kinderen die pas de dag zelf zien. Beide vallen binnen de gewone spreiding. Het wordt een probleem als het kind zelf last heeft van het verschil, of als het over alle vakken en ook thuis speelt.

Loopt mijn kind achter of is het lui?

Kijk of het ook misgaat bij dingen die je kind wel wil. Een kind dat zijn voetbaltas net zo vaak vergeet als zijn gymtas, loopt achter in organisatie. Een kind dat alleen vergeet wat het niet leuk vindt, heeft een ander probleem, en dat is meestal beter te bespreken.

Kun je executieve functies op latere leeftijd nog inhalen?

Ja. De functies rijpen tot ver in de twintig, dus er is ruimte. Wat werkt is oefenen met het echte schoolwerk, met iemand die tijdelijk meedenkt en die hulp langzaam afbouwt. Losse geheugenspelletjes of apps leveren weinig op buiten het spelletje zelf.

Lees verder

Doe de gratis EF-check

In vijf minuten zie je waar je kind op vastloopt.