Een mindmap maken voor school: van hoofdstuk naar één overzicht
Bijna elke leerling heeft weleens een mindmap gemaakt, en bijna elke leerling heeft daarna alsnog een zes gehaald. Dat ligt zelden aan de mindmap zelf. Het ligt aan het moment waarop hij gemaakt wordt en aan wat er daarna mee gebeurt. Hieronder staat hoe je er een maakt die wel iets oplevert, met een uitgewerkt voorbeeld van een hoofdstuk aardrijkskunde.
Wat een mindmap wel en niet doet
Een mindmap is een plaat waarop je in één oogopslag ziet hoe de onderdelen van een hoofdstuk aan elkaar hangen. In het midden staat het onderwerp, daaromheen de hoofdtakken, en aan elke tak hangen de details. Dat werkt omdat je hersenen losse feiten slecht vasthouden en verbanden goed.
Wat een mindmap niet doet, is het leren voor je. Een kind dat een mooie mindmap maakt en hem daarna drie keer bekijkt, kent de stof niet. Het herkent hem alleen. Herkennen voelt als kennen, en dat is precies waarom leerlingen na twee uur leren met een gerust gevoel de toets in gaan en toch zakken.
De winst zit in het maken zelf. Om iets in drie woorden op een tak te zetten, moet je eerst begrijpen wat er staat en daarna weglaten wat er niet toe doet. Dat is het werk. Wie de tekst overneemt, slaat dat werk over en houdt alleen een gekleurd plaatje over.
De fout die het meeste tijd kost
Verreweg de meeste leerlingen maken hun mindmap met het boek open naast zich. Ze lezen een alinea, zetten hem over op een tak, lezen de volgende alinea, en zo verder. Na een uur is de mindmap af en staat er ongeveer hetzelfde op als in het boek, alleen in kringetjes.
Draai het om. Lees het hoofdstuk eerst één keer door, sla het dicht, en maak de mindmap uit je hoofd. Dat gaat niet goed, en dat is de bedoeling: elk gat dat je tegenkomt is een stuk stof dat je nog niet kent. Pas als je niet verder komt, sla je het boek open om de gaten te vullen, het liefst met een andere kleur pen zodat je later ziet waar je vastliep.
Tim, derde klas havo, deed dit voor het eerst bij geschiedenis. Zijn eerste mindmap uit het hoofd had vier takken, waarvan er twee half leeg bleven. Precies die twee onderwerpen kwamen op de toets terug, en hij had ze nu wel geleerd omdat hij wist dat ze ontbraken.
In zes stappen van hoofdstuk naar mindmap
Neem een leeg A3 of draai een A4 dwars. Leg het boek eerst weg.
1. Lees het hoofdstuk één keer door
Niet markeren, niet aantekenen. Alleen lezen, met de vraag in je hoofd waar dit hoofdstuk eigenlijk over gaat. Tien tot vijftien bladzijden kosten je een kwartier.
2. Zet het onderwerp in het midden
Eén woord of één korte zin, precies zoals het hoofdstuk heet. Omcirkel het. Dit is het enige moment waarop je in het boek mag kijken.
3. Teken de hoofdtakken uit je hoofd
Meestal zijn dat de paragraaftitels, drie tot zes stuks. Kun je ze niet allemaal bedenken, laat dan een lege tak staan. Die lege tak is informatie.
4. Hang de details eraan, in maximaal drie woorden
Per detail drie woorden, niet meer. Moet je een hele zin opschrijven om het kwijt te kunnen, dan begrijp je het nog niet goed genoeg om het kort te zeggen.
5. Vul de gaten met het boek erbij, in een andere kleur
Nu pas gaat het boek open. Alles wat je in de tweede kleur opschrijft, is stof die je nog niet kende. Dat is je leerlijstje voor morgen.
6. Trek lijnen tussen takken die met elkaar te maken hebben
Oorzaak en gevolg, tegenstellingen, iets dat op twee plekken terugkomt. Deze dwarsverbanden zijn wat een mindmap boven een samenvatting uittilt, en het zijn precies de dingen waar toetsvragen over gaan.
Zo ziet dat eruit bij een hoofdstuk aardrijkskunde
Neem een hoofdstuk over water in Nederland. In het midden staat 'Water'. De hoofdtakken zijn 'Overstromingsrisico', 'Waterbeheer', 'Klimaatverandering' en 'Delta-ingrepen'.
Aan de tak 'Waterbeheer' hangen 'waterschap', 'peilbesluit' en 'gemaal'. Aan 'Klimaatverandering' hangen 'zeespiegel stijgt', 'meer piekbuien' en 'bodemdaling'. Tussen 'bodemdaling' en 'Overstromingsrisico' trek je een lijn, want dat verband is het antwoord op de vraag waarom het risico toeneemt zonder dat de zee veel hoger wordt. Zo'n lijn is drie seconden werk en levert bij een open vraag vaak het hele punt op.
Waaraan je ziet dat de mindmap klopt:
- Hij past op één vel en je kunt hem van een meter afstand nog lezen.
- Er staat nergens een hele zin.
- Je kunt hem omdraaien en het hoofdstuk navertellen met alleen de hoofdtakken in je hoofd.
- Er lopen minstens twee lijnen dwars door het midden.
Op papier of op de laptop
Voor het leren zelf wint papier. Een leeg vel dwingt je om te kiezen waar iets komt te staan en hoeveel ruimte het krijgt, en die keuzes onthoud je. Een programma schuift alles netjes voor je op, waardoor die keuzes verdwijnen. Bovendien is de verleiding groot om in een programma langere zinnen te typen, precies wat je niet wilt.
Een programma is wel handig in twee gevallen. Als je kind de mindmap wil delen met een klasgenoot of wil hergebruiken voor een werkstuk, en als schrijven zelf te veel moeite kost, bijvoorbeeld bij dysgrafie of een motorisch probleem. Gebruik dan iets simpels met weinig knoppen, want elke extra knop is een reden om met opmaak bezig te zijn in plaats van met de stof.
De mindmap gebruiken om te leren
De mindmap is af, en nu begint het leren pas. Leg hem omgekeerd op tafel en vertel het hoofdstuk hardop na. Waar je vastloopt, draai je hem om, kijk je die ene tak na, en begin je opnieuw. Drie rondes van tien minuten op drie verschillende dagen leveren meer op dan een uur staren op de avond ervoor.
Drie manieren om hem te gebruiken die wel werken:
- Navertellen: mindmap omgedraaid, hoofdstuk hardop uitleggen aan een muur, een hond of een ouder die niets van het vak weet.
- Natekenen: probeer de mindmap op een leeg vel na te tekenen zonder te kijken en vergelijk daarna. Wat ontbreekt, ken je niet.
- Vragen bedenken: maak bij elke dwarslijn één toetsvraag. Dat zijn vaak letterlijk de vragen die de docent stelt.
Wanneer je beter geen mindmap maakt
Bij woordjes, jaartallen, formules en rijtjes heeft een mindmap geen zin. Daar zit geen structuur in om aan op te hangen, dus je bouwt een boom zonder stam. Overhoren en herhalen over meerdere dagen werkt daar beter.
Ook als de toets morgen is, is een mindmap de verkeerde keuze. Het maken kost tijd die je dan niet meer hebt om te oefenen. Laat je kind in dat geval de samenvatting van het boek gebruiken en de tijd steken in zichzelf overhoren. De mindmap bewaar je voor de volgende keer, als er nog vier dagen zijn.
Blijft leren moeizaam gaan, ook met een goede aanpak?
Dan zit het probleem meestal niet in de techniek maar in het starten, plannen of volhouden. De gratis EF-check loopt in vijf minuten de elf executieve functies langs en laat zien waar de zwakke schakel zit.
Veelgestelde vragen
Hoe lang doe je over een mindmap van één hoofdstuk?
Voor een gemiddeld hoofdstuk van tien tot vijftien bladzijden is veertig minuten genoeg als je hem uit je hoofd maakt en daarna controleert. Duurt het langer dan een uur, dan is je kind aan het overschrijven in plaats van aan het samenvatten.
Werkt een mindmap voor elk vak?
Nee. Hij werkt goed bij vakken waar verbanden tussen begrippen zitten: aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, economie, maatschappijleer. Bij woordjes, jaartallen en formules werkt hij slecht, omdat daar geen structuur in zit om aan op te hangen. Gebruik daar overhoren of oefensommen voor.
Op papier of met een programma?
Papier, zeker de eerste keren. Op een A3 of een omgedraaid A4 heeft je kind geen keuze dan kort formuleren, en dat korte formuleren is precies het leerwerk. Programma's als Miro of Xmind zijn handig als de mindmap gedeeld of hergebruikt moet worden, bijvoorbeeld bij een werkstuk.
Mijn kind maakt netjes een mindmap en haalt toch een onvoldoende. Wat gaat er mis?
Meestal is de mindmap het eindpunt in plaats van het beginpunt. Een mindmap maken is geen leren, het is ordenen. Het leren begint als je kind de mindmap omdraait en probeert hem uit het hoofd na te vertellen. Gaat dat niet, dan weet je meteen welke tak nog open staat.