Studievaardigheden 7 min leestijd

Woordjes leren die blijven hangen: het schema voor de week voor de toets

Twee uur op de avond voor de toets, de lijst van boven naar beneden, en de volgende ochtend is de helft weg. Bijna elke leerling leert woordjes zo, en het is de minst effectieve manier die er is. Hieronder staat wat er misgaat en welk schema van vier korte rondes wel blijft hangen.

Waarom de lijst van boven naar beneden niet werkt

Wie een lijst steeds in dezelfde volgorde doorneemt, leert de volgorde mee. Het derde woord komt op omdat het tweede net voorbijkwam, niet omdat het in het geheugen zit. Op de toets staan de woorden door elkaar en valt dat steuntje weg.

Het tweede probleem is de richting. Bijna iedereen leest het Franse woord en kijkt of hij de Nederlandse vertaling weet. Dat is herkennen, en herkennen is makkelijk. Op de toets moet het meestal andersom: je krijgt het Nederlandse woord en moet het Franse terughalen. Dat is een ander en veel zwaarder kunstje, en dat moet je dus oefenen.

Het derde probleem is de tijd. Twee uur achter elkaar voelt als hard werken en is het ook, maar het geheugen slaat weinig op van wat er na het eerste half uur binnenkomt. Kortere rondes op meer dagen kosten bij elkaar minder tijd en leveren aanzienlijk meer op.

Het schema: vier korte rondes

Stel, de toets is op vrijdag en het gaat om veertig woorden. Verdeel ze in vier blokjes van tien en plan vier momenten van een kwartier. Zo ziet dat eruit.

Maandag: blok 1 en 2 kennismaken

Lees de twintig woorden één keer door, dek dan de vreemde taal af en werk van het Nederlands naar de vreemde taal. Twee rondes, klaar in een kwartier. Het gaat nog slecht en dat hoort.

Dinsdag: blok 1 en 2 terughalen, blok 3 erbij

Eerst de twintig van gisteren zonder eerst te lezen. Wat er meteen uit komt, mag naar het stapeltje 'zit erin'. Daarna blok 3 op dezelfde manier als maandag.

Woensdag: alles door elkaar, blok 4 erbij

Schud de volgorde. Papieren kaartjes helpen hier, of zet de app op willekeurig. Blok 4 komt erbij en krijgt de behandeling van maandag.

Donderdag: alleen de foute

Nu doe je niet meer alle veertig. Je doet alleen het stapeltje dat gisteren fout ging, twee keer. Dat zijn er meestal acht tot twaalf, en het kost tien minuten.

Op donderdagavond komt de hele lijst er nog één keer in willekeurige volgorde doorheen, hardop. Duurt dat langer dan vijf minuten, dan zijn er nog te veel woorden los. Die gaan mee naar vrijdagochtend, in de bus.

De drie stapeltjes

Het systeem dat het verschil maakt, kost één schaar en tien minuten. Knip de woordenlijst in kaartjes, Nederlands aan de ene kant en de vreemde taal aan de andere. Maak daarna drie stapeltjes.

Zo verdeel je ze:

  • Zit erin: kwam er meteen uit, zonder nadenken. Dit stapeltje sla je de volgende ronde over.
  • Twijfel: kwam er na een paar seconden uit, of net verkeerd gespeld. Dit stapeltje doe je elke ronde opnieuw.
  • Fout: kwam niet. Deze gaan bovenop en komen twee keer per ronde langs.

Elke ronde verschuiven er kaartjes. Dat zichtbare slinken van de foute stapel doet meer voor de motivatie dan welke aanmoediging ook, omdat je kind zelf ziet dat het werkt. En het dwingt tot eerlijkheid: een woord dat je net niet wist, mag niet naar het goede stapeltje.

Overhoren zonder ruzie

Overhoren loopt vaak mis omdat de ouder er een toets van maakt. Je leest voor, je kind weet het niet, jij zegt het goede antwoord, en je kind voelt zich betrapt. Na drie keer wil het niet meer overhoord worden.

Zeg bij een fout antwoord dus niet meteen wat het wel is. Leg het kaartje onderop en kom er later in dezelfde ronde op terug. Je kind krijgt zo een tweede kans binnen dezelfde vijf minuten, en dat voelt totaal anders dan verbeterd worden.

Wat verder helpt:

  • Spreek van tevoren af hoe lang het duurt. Tien minuten met een timer erbij is te overzien, 'we gaan woordjes doen' niet.
  • Laat je kind zelf bijhouden welke fout gingen. Wie zijn eigen fouten opschrijft, onthoudt ze beter dan wie ze hoort.
  • Stop op een goed moment, niet als het misgaat. De laatste twee minuten bepalen of je kind morgen weer wil.

Papier of een app

Allebei werkt, zolang de app op terughalen staat en niet op meerkeuze. Meerkeuze voelt prettig omdat het goede antwoord ertussen staat, en precies daarom leert het weinig. Zet die optie uit en laat je kind intypen of hardop zeggen.

Papieren kaartjes hebben één voordeel dat apps missen: je kunt de stapeltjes zien en voelen. Voor een kind dat snel het overzicht kwijtraakt, is dat verschil groot. Voor een kind dat toch al alles op de telefoon doet, is de app praktischer, mits die telefoon tijdens het leren verder met rust wordt gelaten.

Ligt het aan de techniek of aan het beginnen?

Een kind dat weet hoe het moet leren maar er niet aan begint, heeft geen studietip nodig. De gratis EF-check laat in vijf minuten zien of het knelpunt in plannen, starten of volhouden zit.

Veelgestelde vragen

Hoeveel woorden kun je in één keer leren?

Zeven tot tien per ronde. Daarboven gaat het eerste rijtje eruit terwijl het laatste erin gaat. Een lijst van veertig woorden knip je dus in vier blokjes, verspreid over de week.

Werken apps als WRTS of Quizlet?

Ja, mits je kind de richting instelt van het Nederlands naar de vreemde taal en niet andersom. Veel apps staan standaard op meerkeuze, en dat is herkennen in plaats van terughalen. Meerkeuze uitzetten is de belangrijkste instelling.

Kan mijn kind alles de avond ervoor leren?

Voor een repetitie de volgende ochtend lukt dat vaak nog. Voor het schoolexamen of de toetsweek niet, want wat je in één avond erin stampt is na drie dagen grotendeels weg. Vier korte rondes verspreid over de week kosten bij elkaar minder tijd en leveren meer op.

Ik spreek de taal zelf niet. Kan ik dan toch overhoren?

Ja. Jij houdt de lijst vast en leest het Nederlandse woord voor. Of de uitspraak klopt, kun je niet beoordelen, maar dat hoeft ook niet: het gaat erom dat je kind het woord uit zijn hoofd terughaalt. Vraag bij twijfel of je kind het zelf nakijkt en eerlijk aangeeft wat fout was.

Lees verder

Doe de gratis EF-check

In vijf minuten zie je waar je kind op vastloopt.